De engste feedback

Ik heb vorige week een van de engste dingen ooit gedaan. Ik heb mijn boek gepubliceerd. Ik heb gezegd, ja het is klaar voor de rest van de wereld om te lezen. En dat is eng!

De reden dat het eng is heeft te maken met feedback. Sinds ik feedback trainingen geef ben ik mij logischerwijs veel bewuster van feedback en het effect dat het op mij heeft. Wat blijkt, het uitgeven van een boek heeft heel veel te maken met feedback. Je wil dat mensen je boek lezen en er iets van vinden. Anders kan je het beter in de la laten liggen. Tegelijkertijd wil je natuurlijk het liefste dat mensen het leuk en inspirerend vinden. Dat ze er iets van leren en tegen anderen vertellen dat ze het ook moeten lezen.

Ik weet dat er mensen zijn die het boek met plezier zullen lezen en die dat aan anderen, en hopelijk ook aan mij, gaan vertellen. Maar ik weet ook dat er mensen gaan zijn die het niet interessant of goed genoeg zullen vinden en dat gaan zeggen. In mijn hoofd weet ik dat dit ok is. Niet iedereen vind hetzelfde leuk, en het is niet mogelijk om het iedereen naar de zin te maken. Toch is dat niet het enige dat het eng maakt.

Ik ben denk ik het bangste dat ik geen feedback krijg. Want linksom of rechtsom, als mensen de moeite nemen om iets te zeggen over mijn boek, positief of negatief, dan heb ik ze geraakt en ik kan er iets van leren. En daar draait het om. En als je er zo naar kijkt is feedback altijd goed.

Dus kom maar op met die feedback!

(Om feedback te kunnen geven moet je het natuurlijk wel eerst lezen ;-). Het boek is bij mij te koop of hier te bestellen)

facebooktwitterlinkedin

Oneigenlijke efficiëntie in de keuken

849_1_1420713376

Wij waren laatst bij vrienden en zij hadden het 15 minuten kookboek van onze Engelse vriend Jamie Oliver. Een leuk kookboek dat tot mijn grote vreugde ook mijn man des huizes inspireerde. Je raad het al, de al uitgebreide verzameling kookboeken is afgelopen week aangevuld met een nieuw exemplaar.

Best handig, in 15 minuten een gezond gerecht op tafel zetten en er zitten echt leuke recepten bij. Toch heb ik wel een bezwaar. De efficiëntie die je in de keuken wint verlies je voor een deel in voorraadbeheersing en winkeltijd. Jamie maakt namelijk gebruik veel verschillende ingrediënten. Hij kiest voor een combinatie van verschillende groenten en hij gebruikt verse kruiden. Hij voegt losse sausjes toe en zorgt voor een knapperig element door een handje chips, croutons of iets anders lekkers toe te voegen. Een ander heel positief punt is dat hij veel groente gebruikt en in gehaktrecepten het vlees vaak voor een deel vervangt met peulvruchten zoals linzen of bonen. En dat is lekker, gezond en handig als je wat minder vlees wilt eten.

Het nadeel is, de rek moet ergens vandaan komen. Als je snel wil koken moet je investeren in de rest van het proces. Je bent in de voorbereiding van het koken dus extra tijd kwijt. Eerst zoeken of je de ingrediënten misschien in huis hebt. Daarna moet je in de winkel veel verschillende dingen zoeken en voor je gaat koken moet je van alles eerst klaarzetten voordat de klok begint te lopen.

En de volgende dag heb je een halve krop sla, een kwart komkommer, een paar tomaten, een halve rode peper, wat kruiden en een half blik van het een of het ander over. En daar moet je dan de iets anders mee verzinnen. Gelukkig ben ik dol op receptloos koken met restjes  :-). En het gaat nog sneller ook omdat ik niet hoef te lezen en een paar handige tips heb gekregen van Jamie.

15 minuten rijst met groenten (van Jamie) (zie voor het hele recept http://tinyurl.com/z6k4spg )

Bijgerecht voor 4 personen

Ingrediënten:

1 mok snelkook(zilvervlies)rijst
5 kardemonpeulen
200 gram sperziebonen
200 gram diepvriesdoperwten

Doe 1 mok rijst, twee mokken kokend water en de kardemonpeulen in een braadpan. Dop en snijd de boontjes doormidden en doe die erbij. Doe de deksel op de pan en laat dit ongeveer 10 minuten koken. Haal het deksel van de pan en doe de doperwten erbij en roer alles goed door elkaar. Laat het nog een paar minuten op het vuur staan. Proef om te zie of alles warm en gaar is.

facebooktwitterlinkedin

Bouwen

Op het braakliggende stuk grond voor mijn kantoor wordt gebouwd. Ongeveer een maand geleden was het nog een onkruidveldje waar niets gebeurde. Nu is het een grote zandbak en een komen en gaan van apparaten en mensen. En niet alleen van de mensen die aan het werk zijn. Er komen ook mensen kijken naar het werk. Opvallend is dat dat vooral hele kleine en hele grote mannen zijn. Om precies te zijn, jochies en bejaarde mannen. Zeker als er weer een spectaculair apparaat staat kan je hier de observant observeren.

Maar ze hebben gelijk. Het bouwproces is mooi, helder en duidelijk. Je begint met een veldje van niks, en in een ruim half jaar verrijzen er 30 woningen. En om al vanaf het begin goed duidelijk te maken wat ze aan het maken zijn zetten ze er een mooi bord met een tekening van het eindresultaat bij.

De verandering speelt zich af voor je ogen en elke dag zie je een stukje voortgang. Er zijn nu alleen nog maar bergen zand, maar ik weet wat het verschil is met vorige week en volgende week zal ik het verschil met vandaag zien.

Hoe anders is dat wanneer je geen huis maar software bouwt. Dan is vaak alleen voor de programmeurs en de projectleider duidelijk wat er precies gebeurd en wat er al gebouwd is. En vaak is het plaatje van hoe het er uiteindelijk gaat uitzien ook niet zo heel duidelijk. Als gebruiker of klant kan je je daardoor vaak nog helemaal geen voorstelling maken van wat er gaat komen en het is al helemaal niet in te schatten hoe moeilijk of gemakkelijk het is om dat te maken, laat staan hoe veel tijd het kost om dat te doen.

Het zou toch mooi zijn als er een manier is om ook voor software duidelijker te laten zien wat er gemaakt wordt en hoe het met de voortgang staat. Voor mij is het in ieder geval een stuk beter te verteren dat al die mooie machines een hoop lawaai maken als ik de voortgang met mijn eigen ogen kan zien.

20150522_094616

facebooktwitterlinkedin

Oude wijn in nieuwe zakken

Ik heb een oud kookboekje. Het jaartal staat er niet in maar ik gok dat het ergens begin jaren ‘60 van de vorige eeuw is uitgegeven. Ik kocht het om de naam. Het is namelijk het Marion Kookboek! Er staan maar liefst 529 recepten in op slechts 126 A5 pagina’s. Even voor je beeld, tegenwoordig is het al heel wat als een recept op één pagina past en vaak zit er dan ook nog een paginagrote foto bij. Een kookboek met 529 recepten zou tegenwoordig amper nog te tillen zijn.

Als je het zo bekijkt zijn nieuwerwetse kookboeken geen verbetering. Meer pagina’s, en foto’s waarop de gerechten er lekker uitzien maar die wanneer je ze ook daadwerkelijk gemaakt hebt vooral duidelijk maken dat je niet half zo mooi kan koken als de schrijver van het boek. Toch, als je goed kijkt is het koken uit een kookboek met duidelijke en uitgebreide recepten wel een stuk gemakkelijker. Het is toch een stuk gebruikersvriendelijker om het hele gerecht in een keer uit te leggen in plaats van zoals in mijn oude Marion kookboek in het hele boek door verwijzingen te maken naar vergelijkbare bereidingswijzen. Daarnaast wordt er vaak ook nog een stuk meer achtergrondinformatie gegeven en kun je zien hoe het er ongeveer uit moet gaan zien.

Toch, voor veel kookboeken geldt dat als je een moderne versie van een gerecht van vroeger gaat koken, het resultaat vergelijkbaar wordt met dat wat je oma gemaakt zou hebben. Ondanks dat het kookboek gemakkelijker in gebruik is en er anders uitziet, is het recept zelf namelijk niet veranderd. En dat is prima. Het is leuk om klassieke gerechten te maken en om nostalgisch terug te kijken op de gevulde eieren van je oma.

Jammer genoeg doen we dit niet alleen met kookboeken en recepten. Ook wanneer we bijvoorbeeld nieuwe software aanschaffen hebben we de neiging om het recept niet aan te passen. We richten het nieuwe systeem precies zo in dat het hetzelfde doet als het oude. We veranderen het proces niet, we gebruiken alleen een ander, flitsender, hulpmiddel. Het moet natuurlijk wel een beetje blijven lijken op wat we gewend zijn! En dat is jammer, want welk hulpmiddel je ook gebruikt, het proces is de basis voor het resultaat. Niet de software of je kookboek. En als je dus niet kijkt naar hoe je het proces zo goed mogelijk inricht blijf je hetzelfde resultaat krijgen en dan wordt het resultaat niet beter, sneller en lekkerder. Oude wijn in nieuwe zakken zou mijn oma zeggen.

CAM01473 CAM01478

facebooktwitterlinkedin

PDCA v.s. CAKE

Als ik een cake bak dan doe ik meestal maar wat. Dat zou ik eigenlijk niet moeten doen want bakken is een precies werkje dat je eigenlijk goed moet plannen. Je moet je ingrediënten wegen, op kamertemperatuur laten komen, de oven voorverwarmen en voor het beste resultaat de ingrediënten in een bepaalde volgorde verwerken. Ik doe dat niet. Ik klop eerst het ei, mik daarna de koude boter erbij waardoor de boel gegarandeerd in de schift raakt om er vervolgens uit de losse pols meel bij te gooien tot het weer uit de schift komt. En gek genoeg, als ik de oven maar niet te heet zet, komt er dan meestal toch een prima cake uit. Ok, eerlijk is eerlijk, ik check als hij in de oven staat wel of de cake goed rijst en niet te snel donker wordt. Als dat gebeurd pas ik de temperatuur van de oven aan en als het echt niet goed gaat plan ik het voornemen om me de volgende keer toch echt aan het recept te houden.

Plan-do-check-act, de Demingcirkel, een belangrijke tool in managementland. En terecht, want met behulp van de Demingcirkel kan je continue verbeteren.

Tenminste, als je meetinstrumenten goed werken. Als je weet hoe je gaat bepalen of je acties tot het juiste resultaat hebben geleid. En daar zit vaak het probleem. Hoe meet je cultuurverandering of persoonlijke ontwikkeling. Als je je in allerlei vormen moet persen of heel veel tijd moet investeren om je doel SMART en meetbaar te maken (zie ook “Doelen met Smaak”) dan is het ook een optie om niet te meten of het gelukt is. Zeker als je eigenlijk geen meetbare werkelijkheid van de huidige situatie kan maken. Dan is de kans groot dat tegen de tijd dat je weer bij het meten bent aangekomen, je ook dan niets kan meten of verkeerd meet. Zijn dan alle maatregelen die je genomen hebt voor niets geweest. Is er dan niet(s) verbeterd? Misschien wel, en misschien niet. En de grap is, zelfs zonder te meten weet je het antwoord meestal wel.

Ik kan, ondanks dat ik maar wat doe, toch een lekkere cake maken doordat ik ervaring heb met bakken. Die ervaring zorgt er voor dat ik aan het beslag kan zien, horen en voelen dat het goed is. Ook laat ik altijd de deur van de keuken open staan als ik bak. Hoewel het zeker geen exacte wetenschap is kan ik ruiken hoe het met de cake gaat, of hij al bijna gaar is of juist iets te zwart wordt.

Waarom kan dat thuis wel als je een cake bakt. Niet exact meten, maar je zintuigen en ervaring inzetten om te bepalen of iets wel of niet het gewenste effect heeft. Om te kijken of je doel al gehaald is of dat je moet bijsturen en nieuwe plannen moet maken? En waarom kan dat in een organisatie dan niet? Er lopen in organisaties stapels mensen rond. Die allemaal ogen en oren hebben. Die op basis van ervaring en intuïtie weten hoe het ervoor staat. Maak gebruik van die mensen, vertrouw op hun oordeel. Grote kans dat je daarmee bijna net zulke goede informatie krijgt als met een uitgebreid meetprogramma. En wees niet bang om geen perfecte cake te bakken, de meeste mensen kunnen het verschil toch niet proeven.

pdca1

facebooktwitterlinkedin

Out of the box. Zalm met drop.

Er zijn koks die er om bekend staan dat ze heel creatief zijn in het experimenteren met smaak. Ze bedenken niet voor de hand liggende combinaties en zijn daar heel succesvol mee. Heston Blumenthal bijvoorbeeld. Hij heeft op de kaart van zijn restaurant The Fat Duck o.a. in drop gepocheerde zalm staan.

Bij het bedenken van nieuwe dingen hebben mensen de neiging om vast te houden aan de kaders die ze al kennen. Dat is logisch, want alles wat je bedenkt zal een keer weer binnen de kaders moeten gaan passen. Die kaders zijn misschien een beetje op te rekken, maar het moet natuurlijk wel realistisch blijven. Dat kan er voor zorgen dat je in cirkels blijft ronddraaien; je komt niet tot de verbeteringen die je zoekt, maar steeds weer met ongeveer dezelfde oplossing, die eerder ook al niet werkte…

In zo’n geval kan het handig zijn om de kaders een keertje los te laten. Om een keer buiten de gebaande paden te denken. Of, zoals het vaak genoemd wordt “out of the box” te denken. Maar hoe doe je dat? Hoe verzin je jouw zalm met drop? Daar zijn verschillende methodes voor, maar het belangrijkste is dat je de kaders eerst helemaal loslaat. Door bijvoorbeeld door de ogen van Pino of Poetin naar het probleem te kijken. Hoe zouden zij het oplossen? Pas daarna ga je kijken hoe je de oplossing weer binnen de kaders krijgt. Want het is leuk om zalm met drop te serveren, maar als het niet lekker is, komt de klant écht niet terug.

Nieuwsgierig naar de smaak van zalm met drop? Koop een drop- of een zoethoutlikeur. Maak een simpele saus op basis van een roux met witte wijn en visbouillon en doe er een eetlepel likeur in. Ik heb het nog nooit met zalm geprobeerd, maar wel met gewone witvis. Lekker hoor, vis met drop. Venkelsalade erbij en je hebt een prima maaltijd! (En ja, de venkel smaakt ook een beetje naar drop.)

gummibarchen-493089__180

facebooktwitterlinkedin

Een recept? Welnee joh, we moeten flexibel zijn!

Ik ben niet zo goed in bakken. Dat komt omdat ik mij dan precies moet houden aan het proces en dan heb ik het gevoel dat ik beperkt wordt in mijn creativiteit. Jammer genoeg wordt afwijken van het recept vaak bestraft met een baksel dat toch niet helemaal is zoals bedoeld. Dus als ik bak, zal ik mij aan het recept moeten houden. Een van de meest gehoorde redenen wanneer mensen processen niet willen vastleggen, is dat procesbeschrijvingen beperkend werken. Als je processen beschrijft kan je niet meer flexibel werken en het is ook niet goed voor de creativiteit. Het gaat niet altijd precies hetzelfde, dus waarom zou je het dan vastleggen?

Maar als je het niet vastlegt, ga je dus elke keer opnieuw het recept voor soep bedenken, terwijl je bij het maken van soep toch altijd ongeveer hetzelfde doet. Is het dan niet handiger om een algemeen recept voor de soep te schrijven en daarbij aan te geven in hoeverre er mag worden afgeweken van dat recept? Dus om duidelijk af te spreken wanneer je zelf keuzes mag maken over afwijkingen en wanneer daar iemand anders over moet beslissen. Als ik niet weet wat het recept is, kan ik moeilijk bepalen of ik de juiste keuze maak, of de soep lekker wordt en of deze voldoet aan de randvoorwaarden. Maar met een basisrecept en duidelijke afspraken over wat ik moet doen wanneer ik wil afwijken van het recept, wordt dat een stuk makkelijker. Het is toch handig te weten dat de productiekosten van een portie dagsoep maximaal €1.45 mogen zijn en dat je met de eigenaar van het restaurant moet overleggen als het duurder wordt. En dat je, als je vis in plaats van vlees wil gebruiken, met de chef moet overleggen. Omdat de eigenaar daar toch niets van snapt.

Het vastleggen van je processen kan dus de flexibiliteit juist vergroten. Door duidelijke afspraken over wie wat doet, wie er verantwoordelijk is en wie de bevoegdheid heeft om beslissingen te nemen bij afwijkingen, kan je sneller schakelen. Een beschrijving kan een hulpmiddel zijn om dit duidelijk te krijgen en houden. Je moet alleen wel even nadenken over hoeveel je vastlegt en op welke manier je dat doet. Want soms ga je bakken en moet je heel precies zijn. Maar als je soep maakt dan is dat helemaal niet nodig. Dan heb je alleen een raamwerk van groente, water en bouillon nodig waarop je de soep kunt bouwen.

pan met groenten

facebooktwitterlinkedin

Keukenstress door keuzemogelijkheden

Wanneer Gordon of Harry bij een restaurant komen om het van de ondergang te redden, dan is vaak een van de eerste dingen die ze doen het verkleinen en moderniseren van de menukaart. In plaats van 80 keuzemogelijkheden, nog maar 20 gerechten waaruit de klant kan kiezen. Daardoor hoeft de keuken geen 80 verschillende gerechten meer te kunnen maken en dát levert grote voordelen op.

De mensen in de keuken krijgen de recepten steeds beter onder de knie, waardoor zowel de snelheid als de kwaliteit omhoog gaan. En als de chef een dagje vrij wil, kan de keuken gewoon doordraaien, omdat meerdere mensen in de keuken weten hoe alles bereid wordt. Ook het inkopen wordt makkelijker, want er zijn minder verschillende ingrediënten nodig. En omdat er minder keuzemogelijkheden zijn, kan er beter voorspeld worden hoe elk gerecht gaat verkopen. Dat voorkomt dat er teveel of verkeerd ingekocht wordt, waardoor er ook weer minder wordt weggegooid. Ook klanten krijgen vaak keuzestress van een te grote kaart. Terwijl er, als het een beetje slim bedacht is, altijd wel wat van je gading bij is. Misschien dat er een ingrediëntje meer of minder nodig is om het helemaal naar je smaak te maken, maar dat kan met chef overlegd worden. De slagroom die je op je taart wil, is waarschijnlijk wel in huis!

Voordelen te over dus. En het klinkt ook heel logisch als je dit allemaal in een restaurant doet. Maar deze logica gaat ook op voor andere branches of afdelingen binnen bedrijven. Mensen zijn druk, druk, druk. Met alles en niets. Ze moeten voor Jan een ossenstaartsoep maken, voor Piet twee hamburgers halen bij een bekende fastfood keten en Joris heeft gevraagd om een varend buffet voor 50 man. Er is geen duidelijk werkpakket, geen standaard producten of diensten, geen menukaart waaruit gekozen wordt en dus bedenkt iedereen zijn eigen ideale maaltijd. Degene die het moet uitvoeren mag lekker zelf uitzoeken wat het recept daarvoor is. En als het dan een beetje tegen zit, roept je chef ook nog dat je niet zo druk zou zijn, als je maar de juiste dingen deed…

Maak gewoon een behapbare menukaart. Spreek met elkaar af wat hetgene is dat je levert. En als een klant dan toch een afwijkende wens heeft, dan moet dat even met de chef overlegd worden. Slagroom kost immers geld en als de klant niet meer kan of wil betalen, kan er gekozen worden het niet te serveren.

menukaart

facebooktwitterlinkedin

Roeren? Maar dat staat er toch niet?!

Voor het recept voor Chili-Con-Carne heb ik twee keer een proefkooksessie gedaan. De eerste keer gewoon thuis, met vrienden. Die avond hebben twee vriendinnen allebei het recept gekookt. Het meest verrassende was dat de twee Chili’s heel verschillend smaakten. De ene vriendin had zich netjes aan het recept gehouden, maar de ander kan zelf goed koken en is gewend het allemaal anders te doen. Zij houdt er niet van om recepten te volgen, die heeft ze helemaal niet nodig.

De tweede keer was bij een dagopvang voor autistische jongvolwassenen met een verstandelijke beperking. Zij kunnen alleen koken onder begeleiding en er was er maar één die kon lezen. Wat meteen opviel was dat het op de linkerkant van de pagina zetten van de ingrediënten, met rechts het procesrecept, niet handig was. Daar waar mijn vriendinnen dit wel snapten en het vooral een beetje vol vonden, was dit voor de koks op de dagopvang niet duidelijk. Het lezen in kolommen en het óók begrijpen dat je eerst links de ingrediënten moest lezen en pas daarna met het recept verder moest gaan, was niet duidelijk. Het was fijn om dit te zien en om ervan te leren. De les die ik geleerd heb: als de vorm die je gekozen hebt niet duidelijk genoeg is, moet je hem aanpassen en dat heb ik dus ook gedaan.

Het échte cadeau van deze dag was echter dat het proces onder een vergrootglas werd gelegd. Tijdens het koken kwam ik er achter dat alle instructies letterlijk werden genomen. Als er staat “snij de courgette” dan doe je dat. Als er staat “doe de courgette in de pan,” dan doe je dat ook. Maar als dan er niet staat dat je moet roeren, dan doe je dat niet.

We weten het allemaal. We vullen stappen van onze eigen dagelijkse processen aan in ons hoofd. Dus als jij iets in de pan doet, vul je zelf aan dat je moet roeren. Voor mij was het bijzonder om zo duidelijk te ervaren dat de kennis en ervaring van de persoon die de instructie gebruikt, zo veel effect hebben op wat je moet beschrijven. Voor iemand die goed kan koken is soms het simpelweg volgen van een recept al een uitdaging, omdat het de kok beperkt in zijn/haar creativiteit. En ook zonder recept krijgt zo iemand een prima Chili op tafel. Maar voor iemand die zelf echt niet kan koken is het noodzakelijk dat je iedere stap opschrijft. Want als er niet staat dat je moet roeren, dan ga je niet roeren…pan chili

facebooktwitterlinkedin

Kookwekker

Ik heb en kookwekker in mijn hoofd. Dat ding is er in geslopen toen ik mijn koksopleiding deed. In professionele keukens word niet met kookwekkers gewerkt maar je kijkt wel constant op de klok om te zien hoe laat het is en hoe lang het nog moet. Als ik nu thuis iets in de oven zet, en wel een kookwekker zet, ben ik meestal een halve minuut voor de wekker in de keuken om te kijken of het al klaar is. En als ik geen kookwekker zet, en even vergeten ben dat ik nog wat aan het bakken was, is de wekker in mijn hoofd altijd op tijd.

Tijd is en gek ding. Eigenlijk bestaat het niet, we hebben het zelf verzonnen om grip te krijgen op de wereld om ons heen. Om grip te krijgen op elkaar. Zonder tijd is het lastig om afspraken te maken of dingen te plannen. Tijd is ook een belangrijk onderdeel van de kwaliteitsbeleving van je klant. Of iets op tijd is hangt af van hoe lang hij/zij bereid is te wachten op iets maar ook van de afspraak die je maakt over het moment van leveren.

Daarnaast kan de zelfde wachttijd kan ook heel verschillend worden beleefd. Als je ergens op wacht duurt het altijd lang. Vooral als je niet precies weet hoe lang je nog moet wachten. Wanneer je in een rij staat zonder dat je weet hoe lang het nog gaat duren is dat heel vervelend. Als je in de zelfde rij staat en er staat om de 15 meter een bordje waarop staat hoe lang het nog duurt, is het al een stuk dragelijker. En als die bordjes de tijd dan ook nog eens iets te ruim aangeven ben je aan het einde van het wachten extra tevreden over de wachttijd. Het duurde immers minder lang dan je gedacht had.

Wanneer je een proces inricht is het daarom belangrijk om te kijken naar twee soorten tijd. De tijd die het kost om iets te maken en te leveren en de afspraak die je met je klant maakt.

De productie- en levertijd kan je beïnvloeden. Door het proces handig in te richten kan je een optimale productietijd bereiken. En als je de logistiek daar goed op aansluit kan je naar de klant toe een goede concurrerende levertijd geven. In productieomgevingen wordt hier vaak veel aandacht aan besteed. Bij dienstverlening en ondersteunende afdelingen is dit vaak lastiger. Het proces is vaak minder standaard en de inschatting over wanneer je kunt leveren is vaak lastiger te maken. En vaak wil de klant het liever gisteren hebben dan vandaag. Dan is het extra belangrijk om de verwachting van je klant te managen. Hem te vertellen waar in de rij hij staat en hoe lang het nog duurt. Want je kan je proces nog zo goed ingericht hebben, als je niet communiceert ben je altijd te laat.

kookwekker in hoofd

facebooktwitterlinkedin